1. Het proces

Max wordt verdacht van een strafbaar feit: hij is verdachte. Hij heeft namelijk een ander ernstige kapverwondingen toegebracht. De politie heeft hem opgepakt en verhoord na overleg met de officier van justitie. Hij wordt daarna voorgeleid bij de officier van justitie en die vindt dat hij in het belang van het onderzoek aangehouden moet blijven. Daartoe stuurt de officier van justitie de verdachte en het strafdossier naar de rechter-commissaris. De rechter-commissaris zal nagaan als de verdachte terecht is aangehouden en aangehouden moet blijven, de zgn. artikel 54 a procedure van het wetboek van strafvordering.

Wanneer de rechter-commissaris de inverzekeringstelling rechtmatig heeft getoetst, zorgt de officier van justitie ervoor dat de verdachte een dagvaarding krijgt om zich voor de strafrechter te verantwoorden voor het strafbare feit door hem gepleegd. Achtte de rechter-commissaris de aanhouding onrechtmatig dan kan de officier beslissen om de verdachte in vrijheid te stellen of om in beroep te gaan tegen de beschikking van de rechter-commissaris. In dat geval wordt het bevel van de rechter-commissaris tot invrijheidstelling gestuit met ten hoogste 3 dagen.

Gedurende het proces mag de verdachte zich door een raadsman doen bijstaan. Wanneer hij niet zelf daarvoor kan zorgdragen, krijgt hij één toegevoegd vanwege de overheid. De verdachte die niet eens is met de beslissing van de rechter-commissaris heeft de mogelijkheid om binnen 3 dagen daarna in beroep te gaan bij het Hof van Justitie. Dezelfde mogelijkheid heeft ook de officier van justitie. Het hof van justitie beslist zo spoedig mogelijk over het ingesteld beroep, doch binnen 3 dagen na de instelling ervan.

2. De Officier van Justitie

De officier van justitie is lid van het OM. De officier stuurt het politieonderzoek aan en kan op basis van het resultaat beslissen tot het al dan niet (verder) vervolgen van een verdachte. Zo kan de officier besluiten tot: - Het seponeren van de zaak vanwege onvoldoende tot geen bewijs. - Het voorwaardelijk seponeren van de strafzaak. Er is voldoende bewijs, maar vanwege bepaalde omstandigheden bijv. het betreft een zaak waarbij de verdachte een first offender is en het gestolen goed terecht is of de schade is vergoed, de officier van justitie beslist om de verdachte niet verder te vervolgen. - Het vervolgen van de dader vanwege de ernst van de zaak en er voldoende bewijs voorhanden is. De officier legt de zaak voor aan de strafrechter middels het uitbrengen van een dagvaarding aan de verdachte.

3. Dagvaarding

Een dagvaarding is een officiële oproep afkomstig van de officier van justitie gericht aan de verdachte om op een bepaalde dag, tijdstip en jaar te verschijnen voor de strafrechter voor het door hem gepleegd strafbare feit om zich daarvoor te verantwoorden. De verdachte mag ook getuigen oproepen en kan zich laten bijstaan door een of meer advocaten.

4. Advocaat

Elke verdachte heeft recht op bijstand van een advocaat. Als een verdachte geen geld heeft om een advocaat in de arm te nemen, dan voegt de overheid één aan hem toe. De advocaat heeft als taak om de belangen van de verdachte zo goed mogelijk te behartigen.

5. Rechter-Commissaris

Een rechter-commissaris, ook wel onderzoeksrechter genoemd, is een rechter die nagaat als de verdachte terecht in verzekering is gesteld of als zijn verlenging van de inverzekeringstelling noodzakelijk is. Ook kan de officier van justitie de rechter-commissaris vragen om de verdachte in bewaring te houden, dat betekent nog langer vast te houden. In complexe zaken kan de officier van justitie voordat hij de zaak voorlegt aan een zittingsrechter de rechter-commissaris alvast vragen om een vooronderzoek te doen. Dit wordt genoemd het gerechtelijk vooronderzoek.

Vragen? Wij staan voor u klaar.

Strafrecht

In het eerder gegeven voorbeeld werd Max verdacht van een misdrijf. Hij krijgt daarom te maken met het strafrecht. In het wetboek van strafrecht en enkele andere wetten staan strafbare feiten beschreven. Strafbare feiten bestaan uit overtredingen (z.a. door rood licht rijden) en misdrijven (z.a. diefstal en mishandeling). Bij elke strafbare feit wordt de maximumstraf en geldboete categorie vermeld. De rechter kan dus geen hogere straf opleggen, maar wel een lagere.

HET STRAFPROCES

Tijdens het strafproces behandelt de strafrechter de zaak volgens een vaste structuur en in een vaste volgorde.

  • 1. Opening onderzoek ter terechtzitting

    De rechter opent het onderzoek ter zitting en vraagt de deurwaarder om de strafzaak af te roepen. De verdachte wordt naar de zittingszaal gebracht. De rechter vraagt de verdachte naar zijn personalia en houdt hem zijn rechten voor namelijk dat hij het zwijgrecht heeft en bijstand van een raadsman. Daarna geeft de rechter het woord aan de officier van justitie om de zaak voor te dragen.


  • 2. Voordragen van de zaak

    De officier van justitie draagt de zaak voor en houdt de rechter en de verdachte voor welk verwijt de verdachte wordt gemaakt. Voorts kan de officier van justitie aangeven dat getuigen opgeroepen zullen worden. In de rechtszaak heeft de officier van justitie de rol van openbare aanklager. Hij klaagt de verdachte aan uit naam van de samenleving.


  • 3. Onderzoek door de rechter


    De rechter vraagt de verdachte naar de toedracht van het strafbare feit en als die ook getuigen wenst op te roepen. Tijdens de zitting vraagt de rechter flink door om de waarheid te achterhalen. Ook de advocaat krijgt de ruimte om vragen te stellen.


  • 4. Requisitoir

    Wanneer de rechter zich voldoende heeft geïnformeerd, krijgt de officier het woord. Hij houdt dan een requisitoir. In dit betoog vertelt de officier wat hij van de zaak vindt en eist in de regel gevangenisstraf en/of geldboete.


  • 5. Pleidooi

    De advocaat houdt een pleidooi voor de verdachte. Hij verdedigt zijn client. Als een verdachte ontkent, zal een advocaat vertellen waarom er onvoldoende bewijzen zijn. Als een verdachte bekent, dan benadrukt een advocaat meestal welke verzachtende omstandigheden er zijn. De advocaat legt uit waarom de rechter eigenlijk een lagere straf zou moeten opleggen dan wat de officier heeft geëist


  • 6. Repliek en dupliek

    De rechter biedt de officier alle gelegenheid te reageren op het pleidooi van de advocaat. Dit heet repliek. De advocaat mag daarna weer reageren op wat de officier zei. Dit heet dupliek.


  • 7. Laatste woord

    Vervolgens krijgt de verdachte het laatste woord van de rechter.


  • 8. Uitspraak

    De rechter sluit het onderzoek ter zitting en doet daarna direct uitspraak. De rechter houdt daarbij rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd en de persoon van de verdachte. De uitspraak van de rechter heet vonnis

Straf

De rechter legt een straf op als de verdachte schuldig is bevonden en gestraft moet worden. De rechter kan een gevangenisstraf opleggen en een geldboete. Voorts kan de rechter de verbeurdverklaring of vernietiging uitspreken over inbeslaggenomen goederen en kan tevens als straf opleggen dat geld wordt ontnomen dat met criminele zaken als handel in drugs is verdiend of dat de schade wordt vergoed.

Hoger Beroep

Als de officier van justitie of de verdachte het niet eens zijn met het vonnis van de rechter, dan hebben zij de mogelijkheid om binnen 14 dagen na de uitspraak om in hoger beroep te gaan bij het hof van justitie. De officier van justitie bij het hof van justitie heet advocaat-generaal. Op het hof van justitie vindt een nieuwe behandeling plaats van de strafzaak door drie rechters.

Executie

Als de veroordeelde een straf heeft gekregen dan zorgt het OM ervoor dat deze wordt uitgevoerd. Geldboetes worden gestort op de afdeling Parketwacht aan de Lim A Postraat en vervolgens op de Centrale Bank

Minderjarigen

Voor jongeren van 12 tot 17 gelden andere regels te weten het jeugdstrafrecht. Kinderen onder 12 jaar kunnen strafrechtelijk niet worden vervolgd.

VRAGEN OMTRENT HET STRAFPROCES

We helpen u graag. U kunt altijd persoonlijk contact met ons opnemen. U kunt ons bellen, e-mailen, of het onderstaande contactformulier invullen.